Nieuws » Viswateren » Oude Rijn

Oude Rijn

(onderstaande omschrijving is overgenomen van de website van de Sikkens Hengelsportvereniging  http://surf.to/shv )
Deze site is zeer de moeite van een bezoek waard!

De Oude Rijn is een vaak onderschat viswater en heeft in tegenstelling tot de naamgeving niets met de Rijn zelf te maken. De naam komt uit de startplaats Oudenrijn van dit water, alwaar deze deels natuurlijke waterloop aansluit op het Amsterdam Rijn Kanaal. Vreemd genoeg heet het eerste meest Oostelijk gelegen deel van deze Rijn niet de Oude maar de Leidse Rijn. Pas na het passeren van het plaatsje Harmelen gaat deze naamgeving over in de Oude Rijn. Dit loopt door tot vlak voor de plaats Leiden alwaar het water zich splitst in de Nieuwe Rijn en het Galgewater. Het voorlaatste stuk Rijn richting Katwijk aan Zee heet gewoon Rijn om uiteindelijk samen met het Oegstgeesterkanaal over te gaan in het Uitwateringskanaal naar de Noordzee. Dit Spui kanaal is dan ook verantwoordelijk voor de sterke stroming die je in de benedenloop van dit kanaal kan aantreffen. Korven van 65 gram zijn hier niet veilig, de feederhengel dient overeind gezet te worden en vissen met de vaste stok lukt alleen nog met zware vlagdobbers. De aanbeten zijn tijdens zo’n stroomsessie geweldig. De vissen zijn zeer sterk en mooi goedbruin van kleur. Wel heel jammer dat er zo ontzettend veel troep in het water ligt. Met regelmaat worden in zo een stroomperiode plasticzakken, kledingstukken en allerlei andere vuiligheid mee naar binnen gehaald. De waterdiepte van de gehele loop varieert van 1½ tot 6½ meter. De bovenloop geeft het minste water (+ 1½ meter) welke zijn ommekeer vindt in het plaatsje Woerden. Hier begint de oude vaarroute wat maakt dat het water in zijn verdere loop veel breder en dieper is. De gemiddelde waterdiepte in dit stuk ligt net boven de 2 meter. Voorbij het plaatsje Bodengraven vindt op nieuw een verschuiving plaats. De waterdiepte loopt nu op tot bijna 3½ meter. Ter hoogte van de loswal in Zwammerdam loopt dit even terug naar 2¾ meter om vervolgens weer op 3½ meter door te zetten. Tenminste de wat oudere vaarroute gegevens geven dit aan. Een wat modernere versie houdt het op 2¾ meter tot de viersprong met het Aarkanaal en de Gouwe zich aandient. Na de doorsteek naar het Braasemermeer zijn de gelederen het weer eens en zitten we weer boven de 3 meter. Vlak voor Leiden (Leiderdorp) terug naar 2½ en pas na Leiden krijgen we met echte dieptes te maken. Eerst nog voorzichtig naar 5 meter en vervolgens doorstotende naar zelfs 6½ meter water. Jammer dat dit laatste stuk parcours zo slecht met de auto te bereiken is. Industrie, tuin- en woningbouw maken dat juist dit stuk van de Oude Rijn ontoegankelijk is geworden. 

Voor het wedstrijdvissen zijn de stukken tussen Bodegraven en Zwammerdam en die tussen Zwammerdam en Alphen a/d Rijn favoriet. Dit laatste stuk heeft zelfs de eigen triviale naam De Damse Rijn verkregen. De beste jaargetijden voor dit water zijn de maanden mei tot en met september. Juli en Augustus uitgezonderd i.v.m. de dan in grote getale aanwezige pleziervaart. Deze beide stukken water zijn vanaf de Noordzijde goed te bereiken en bieden bovendien voldoende gelegenheid  om de auto te parkeren. Het eerste stuk heeft wel als nadeel dat er aan de Zuidzijde een groot zand / grind overslag bedrijf ligt wat maakt dat de visstand daar toch beduidend lager dan de andere stukken is. Alleen gedurende de bouwvak (toch juli / augustus) vakantie blijkt hier goed vis te vangen. Het water biedt zowel mogelijkheden voor de vaste, de match als de feeder. Veel Plompenbladeren en Lelies maken het soms tot een sprookjesachtig aanzicht. In de nabijheid van deze bedden kunnen baksteen grote Riet(ruis)voorns gevangen worden en laat ook de Zeelt zich af en toe nog zien. De Brasem is sterk vertegenwoordigd en laat zich met alle technieken vrij eenvoudig vangen. Ook voor roofvis is de Oude Rijn een uitstekend water. De beste vangsten worden hier in de benedenloop tussen Leiden en Katwijk gedaan. Snoeken van boven de meter zijn hier eerder regel dan uitzondering. Ook flinke Snoekbaarzen laten zich hier tot een aanbeet verleiden. Een bootje is wel een vereiste vanwege de eerder genoemde slechte bereikbaarheid van het water.